Selim - 'Een man tussen vele vuren'

Casa Manuel. Wij krijgen een stevige handdruk en al een paar zinnetjes Nederlands. Een vijftiger in wie je ook in burgerkleding de militair vermoedt. Snorretje keurig bijgeknipt, het weinige huisraad netjes geordend… Selim was officier in het Syrische leger, onderhoudstechnicus voor lesvliegtuigen. (Selim is niet zijn echte naam, bij dit artikel staat ook geen foto. Je weet nooit wie er meeleest…)

Tussen leger en rebellen

Selim komt uit Aleppo, zijn voorouders waren Abchaziërs van Tjerkessische afkomst. (Tsjerkessen zijn een Kaukasisch volk, leven vooral in Rusland, maar een belangrijke minderheid woont ook in Syrië.) Waarom ging hij weg uit Syrië? Selim: “In mijn eenheid was ik verantwoordelijk voor het onderhoud van lesvliegtuigen. Maar dat programma liep af, en toen hebben ze me onder druk gezet om mee te vechten. Daar had ik geen zin in, zoals veel piloten wilde ik geen burgers bombarderen. Maar ons huis werd beschoten door rebellen, ik woonde in een ‘gemengde’ wijk: moslims, christenen, mensen van verschillende minderheden… Ik kreeg hartklachten, en ben naar Turkije gevlucht.”

Turkije: ‘welkom’, maar onder toezicht

Waren jullie welkom daar? Selim: “Ik zou naar een centrum gaan waar gevluchte Syrische officieren zijn ondergebracht, zo’n 1.500 zitten er daar. Maar ik had vernomen dat er tussen die vluchtelingen ook agenten van het regime zaten. Daarom ben ik naar een dorp vlakbij getrokken waar nogal wat andere Tjerkessen zaten. Eigenlijk wou ik naar Abchazië reizen, het land van mijn voorouders. Maar dat staat onder Russische controle, en die willen niet weten van Syrische vluchtelingen. Syrië was ook geen optie, als gevluchte officier zou dat meteen mijn doodvonnis betekenen.”

Toch naar het Westen

Niet richting Oost dus, wat dan wel? Selim: “Eigenlijk had ik gehoopt op een politieke oplossing, zodat ik terug zou kunnen. Maar het begon mij te lang te duren, dus bleef er maar één weg open: naar het Westen. Eerst naar Griekenland, dan verder Europa in.” Griekenland, dus de gevaarlijke route over zee… “Ik zag er erg tegen op, in zo’n bootje, maar het moest wel. Ik ben niet bang voor de dood, en niets is erger dan gevangen worden door de Syrische politie of leger. Dat wij geen kinderen hebben, helpt wel: die kan het regime tenminste niet oppakken.” Dan zijn we al augustus 2015. Vanuit Griekenland met valse papieren het vliegtuig op, naar Frankrijk en verder naar België. “België is een klein land, en goed georganiseerd, zeker hier in Vlaanderen. Ik hoop hier ook makkelijker werk te vinden, dat zou toch moeten kunnen met mijn verleden als vliegtuigtechnicus…”

En de toekomst?

Hoopt hij zijn vrouw ooit terug te zien? Selim: “Ze voelt zich nu nog veilig in haar baan in Damascus. Maar contact houden is moeilijk. Wie in Syrië zit is bang te praten met mensen in het buitenland.” Zou hij ooit nog terug naar Syrië willen? “Ik hoop nog steeds. Er zou toch ooit een politieke oplossing moeten komen… Maar op dit ogenblik schijnt niemand echt zo’n oplossing te willen.” Intussen voelt Selim zich bepaald welkom in Herent, tussen andere vluchtelingen, met de steun van de mensen van het Lokaal Opvanginitiatief. Selim: “De mensen zijn hier heel behulpzaam. Ik snap ook wel dat het niet evident is een ex-militair te regulariseren. Maar de toekomst blijft onzeker. In Syrië ben je vandaag ofwel een militair ofwel een rebel, en doe je mee aan een vuile oorlog. Ofwel ben je geen van beide, en dan zit je letterlijk tussen tenminste twee vuren…”

Wim Jansen en Annemie Van Winckel